nl-Hoofdstuk 34 - Frije Wil en Geweten 

31-03-2024

Het belang van het geweten en de vrije wil

1. Luistert, discipelen: de mens bezit als geestelijke gaven de vrije wil en het geweten; allen komen begiftigd met deugden ter wereld en kunnen daarvan gebruik maken. In hun ziel is het licht van het geweten; maar tegelijk met de ontwikkeling van het lichaam ontwikkelen zich de hartstochten, de slechte neigingen, en deze staan in strijd met de deugden.

2. God laat dit zo gebeuren, want zonder strijd zijn er geen verdiensten, en dit is daarom voor jullie noodzakelijk om op het geestelijke pad te stijgen. Waarin zou de verdienste van de kinderen van God bestaan, als zij niet zouden strijden? Wat zouden jullie doen, als jullie vervuld van geluk zouden leven, zoals jullie dat in de wereld verlangen? Kunnen jullie, omringd door gemakken en rijkdommen, geestelijke vooruitgang verwachten? Jullie zouden stil blijven staan; want waar geen strijd is, is er geen verdienste.

3. Maar begrijp het niet verkeerd; want wanneer Ik van strijd spreek, bedoel Ik die welke jullie ontplooien om jullie zwakheden en hartstochten te overwinnen. Deze strijd is de enige die Ik de mensen toestaat, opdat zij hun egoïsme en hun materieel streven kunnen beheersen, zodat de ziel, verlicht door de Geest, haar ware plaats inneemt.

4. Deze innerlijke strijd keur Ik goed, maar niet die welke de mensen voeren in het verlangen naar zelfverheffing, verblind door ambitie en boosaardigheid. (9, 42-44)

5. De ziel worstelt om haar opstijging en vooruitgang te bereiken, terwijl 'het vlees' steeds weer bezwijkt voor de verleidingen van de wereld. Maar ziel en lichaam zouden met elkaar in harmonie kunnen zijn, als beide slechts gebruik zouden maken van wat hun rechtmatig toekomt, en dit is wat mijn leer jullie laat zien.

6. Hoe kunt u mijn wet te allen tijde naleven? Door te luisteren naar de stem van het geweten, dat de rechter is van uw daden. Ik gebied u niets wat u niet kunt vervullen. Ik wil u ervan overtuigen dat de weg naar het geluk geen fantasie is, maar dat deze bestaat, en Ik openbaar u hier hoe men deze kan bewandelen.

7. Jullie hebben de vrijheid om de weg te kiezen, maar het is mijn plicht als Vader om jullie de ware, de kortste weg te tonen — die welke altijd verlicht wordt door het licht van het goddelijke baken, dat mijn liefde voor jullie is. Want jullie zijn discipelen die ernaar verlangen steeds nieuwe woorden te horen, die jullie kennis bevestigen en jullie geloof doen herleven. (148, 53-55)

8. Ik heb het geweten in jullie wezen gelegd, opdat het de leidraad zou zijn op al jullie wegen, aangezien het geweten het goede van het kwade kan onderscheiden en het juiste van wat onrechtvaardig is. Met dit licht zullen jullie niet bedrogen kunnen worden, noch onwetend genoemd kunnen worden. Hoe zou de spiritualist zijn naaste kunnen bedriegen of zichzelf kunnen misleiden, als hij de waarheid kent? (10, 32)

9. De mens op aarde is een vorst, aan wie mijn liefde en mijn gerechtigheid deze titel hebben gegeven, en de opdracht die hij vanaf het begin ontving, was om over de aarde te heersen.

10. Boven de goddelijke gave van zijn vrije wil plaatste Ik een stralend baken dat zijn levensweg moest verlichten: het geweten.

11. Vrijheid om te handelen en het licht van het geweten om het goede van het kwade te onderscheiden, zijn twee van de grootste gaven die mijn vaderliefde aan jullie geest heeft nagelaten. Ze zijn in de mens aanwezig, nog voordat hij geboren wordt en ook nadat hij gestorven is. Het geweten leidt hem en scheidt zich niet van hem in wanhoop, noch bij het verlies van het verstand, noch in de doodstrijd, omdat het diep met de geest verenigd is. (92, 32-34)

12. De ziel geniet van de vrije wil, waarmee zij verdiensten moet verwerven om het heil te bereiken.

13. Wie leidt, oriënteert of adviseert de ziel op haar vrije ontwikkelingsweg, om het toegestane van het ongeoorloofde te onderscheiden en zich daardoor niet te verliezen? Het geweten

14. Het geweten is de goddelijke vonk, is een hoger licht en een kracht die de mens helpt om niet te zondigen. Welke verdienste zou er in de mens zijn, als het geweten materiële macht bezat om hem te dwingen in het goede te blijven?

15. Ik wil dat jullie weten dat de verdienste erin bestaat naar die stem te luisteren, zich ervan te overtuigen dat zij nooit liegt of zich vergist in wat zij adviseert, en in het getrouw opvolgen van haar aanwijzingen.

16. Zoals jullie ongetwijfeld begrijpen, vergt het oefening en concentratie op jezelf om die stem duidelijk te kunnen horen. Wie van jullie beoefent deze gehoorzaamheid op dit moment? Geef jezelf het antwoord.

17. Het geweten heeft zich altijd in de mens geopenbaard; maar de mens heeft niet de nodige ontwikkeling bereikt om zijn hele leven door dat licht te laten leiden. Hij heeft wetten, onderricht, voorschriften, religies en raad nodig.

18. Wanneer de mensen erin slagen contact te maken met hun geest, en in plaats van het geestelijke in het uiterlijke te zoeken, het in hun innerlijk zoeken, zullen zij de zachte, overtuigende, wijze en rechtvaardige stem kunnen horen die altijd in hen levend was, zonder dat zij ernaar luisterden, en zij zullen begrijpen dat in de geest de aanwezigheid van God is, dat Hij de ware Middelaar is, door wie de mens in verbinding moet treden met zijn Vader en Schepper. (287, 26-30)

19. Jullie hebben allen Mijn Licht in jullie, elke ziel bezit deze genade; maar terwijl bij sommigen dit Licht steeds sterker werd, groeide, naar buiten drong om zich te openbaren, blijft het bij anderen slechts in een geheime, verborgen, onbewuste toestand. Maar voorwaar, Ik zeg u: hoe spiritueel achtergebleven een mens ook mag zijn, hij zal altijd onderscheid kunnen maken tussen het goede en het kwade, en daarom bent u allen tegenover Mij verantwoordelijk voor uw daden.

20. Ik moet u zeggen dat uw verantwoordelijkheid toeneemt naarmate uw inzicht groeit, want u zult dan steeds gevoeliger worden voor de aanwijzingen van het geweten. (310, 69 70)

21. Ik wil dat jullie weten dat jullie onder alle schepselen van deze wereld het bevoorrechte wezen zijn dat met geest en geweten is begiftigd. Ik heb jullie de vrije wil gegeven, opdat jullie uit eigen beweging de juiste weg inslaan die naar Mij leidt. Het is geen bloemrijke weg die Ik jullie aanbied, maar die van het gebed, de boetedoening en de strijd, en op dit pad moet jullie geweten jullie leiden. (58, 42)

22. Wat zou er van de geest worden als hij van zijn vrije wil beroofd zou worden? In de eerste plaats zou hij geen geest zijn, en daarom zou hij geen schepsel zijn dat de Allerhoogste waardig is. Hij zou zoiets zijn als die machines die jullie maken, iets zonder eigen leven, zonder intelligentie, zonder wil, zonder ijver. (20, 37)

23. Ik heb de mens de vrije wil gegeven. Maar mocht deze in zijn verblinding zo ver gaan dat hij Mij daarom verwijten maakt, dan zal Ik hem zeggen dat Ik hem ook wilskracht en verstand heb gegeven. Tegelijkertijd openbaarde Ik hem Mijn wet, die de weg is om niet te struikelen of te verdwalen, en ontstak Ik in hem het licht van het geweten, dat het innerlijke baken is dat de weg van de ziel verlicht en haar naar het eeuwige leven leidt.

24. Waarom bestaat de zonde, overheerst het kwaad en breken er oorlogen uit? Omdat de mens niet luistert naar de stem van het geweten en slecht gebruik maakt van zijn vrije wil. (46, 63-64)

25. De wereld hoort Mij niet, want de stem van deze lichamen, waardoor Ik Mij kenbaar maak, heeft slechts een beperkt bereik. Daarom is het de stem van de Geest, die Mijn wijsheid is, die tot de mensen spreekt en velen verrast, die in de ban van hun eigenzinnigheid anders doof zijn voor de roep van die stem, alleen letten op vleierijen en aardse aanzien en zich bedwelmen met hun maatschappelijke positie en hun macht. (164, 18)

Het misbruik van de vrije wil

26. Vandaag tref Ik een mensheid aan die geestelijk verzwakt is als gevolg van het misbruik dat zij heeft gemaakt van de gave van de vrije wil. Ik heb een weg van gerechtigheid, liefde, barmhartigheid en het goede uitgestippeld. De mens heeft een andere weg gecreëerd van schijnbaar licht, die hem naar de ondergang heeft geleid.

27. Bij mijn wederkomst wijst mijn Woord jullie juist die weg die jullie niet wilden bewandelen, en onrechtvaardig en onredelijk zou zijn wie zou zeggen dat deze leer verwart of onverschillig maakt. (126, 5-6)

28. Kijk naar de mensen, hoe zij elkaar vernietigen en haten, elkaar de macht ontworstelen, zonder terug te deinzen voor misdaad, bedrog of verraad. Er zijn mensen die met miljoenen sterven als slachtoffers van hun medemensen, en anderen die ten onder gaan onder de invloed van de ondeugd. Is er dan licht in hen? Spreekt de Geest die in hen leeft? Wat er is, is duisternis en pijn, het resultaat van het misbruik van de gave van de vrije wil en het niet luisteren naar de innerlijke stem, en omdat de mensen hun aandacht niet richtten op het licht van die goddelijke vonk die jullie allen in jullie wezen dragen, die de goddelijke lichtstraal is die jullie geweten noemen. (79, 31)

29. De vrije wil is de hoogste uitdrukking, is het volmaaktste geschenk van vrijheid dat de mens op zijn levensweg is geschonken, opdat zijn volharding in het goede, die hij door de raad van het geweten en door de strijd bij het doorstaan van de beproevingen heeft verworven, hem de schoot van de Vader zal doen bereiken. Maar de vrije wil is vervangen door losbandigheid, het geweten wordt genegeerd; men luistert alleen nog maar naar de eisen van de wereld, en het spirituele is vervangen door materialisme.

30. Gezien zo'n grote verwarring en zoveel afwijkingen zal Mijn leer de mensen van deze tijd absurd lijken. Maar Ik zeg u dat het de juiste onderwijzing is om te bereiken dat de mensen zich bevrijden uit de lethargie waarin zij zijn geraakt. (157, 15-16)

31. Mijn Woord is de Weg, is de Goddelijke Wet die u naar de volmaaktheid leidt, het is het Licht dat de ziel verheft, die echter vertroebeld was toen het 'vlees' zich met zijn onverzettelijkheid had doorgezet en niet had geluisterd naar de innerlijke roep van zijn geest.

32. Wee dan de ziel die onder de drang van het 'vlees' heeft toegegeven en zich heeft laten beheersen door de invloed van de wereld die haar omringt, waarbij zij haar leidende positie heeft ingeruild voor die van een weerloos wezen, dat door de menselijke hartstochten en zwakheden wordt rondgedreven als dorre bladeren wanneer zij doelloos door de wind worden rondgewerveld.

33. De mens die het meest van vrijheid houdt, is bang zich aan de goddelijke wil te onderwerpen, uit vrees dat zijn geest hem uiteindelijk zal onderwerpen en hem zal beroven van vele menselijke genoegens waarvan hij weet dat ze hem schaden; en zo verlaat hij het pad dat hem naar het ware leven leidt. (97, 36)

34. De tijd waarin de mensen de vrije wil hebben gebruikt om zich over te geven aan genoegens, lage hartstochten, vijandschappen en wraak, loopt nu ten einde. Mijn gerechtigheid versper de paden van de zonde en opent in plaats daarvan de weg van verzoening en vernieuwing, opdat de mensen de weg van de vrede mogen vinden die zij tevergeefs met andere middelen hebben gezocht. (91, 80)

35. Ik heb u de gave van de vrije wil gegeven en heb die gezegende vrijheid, die Ik mijn kinderen heb geschonken, gerespecteerd. Maar Ik heb ook het Goddelijke Licht van de Geest in jullie wezen gelegd, opdat jullie, door Hem geleid, jullie vermogens in de juiste banen zouden leiden. Maar Ik zeg jullie: in de strijd tussen de ziel en het lichaam heeft de ziel een nederlaag geleden, een pijnlijke val, die haar geleidelijk steeds verder heeft verwijderd van de Bron van de Waarheid, die Ik ben.

36. Haar nederlaag is niet definitief, maar tijdelijk; want zij zal zich uit de diepte van haar afgrond verheffen wanneer zij haar honger, haar dorst, haar naaktheid en haar duisternis niet langer kan verdragen. De pijn zal haar redding zijn, en wanneer zij dan de stem van haar Geest hoort, zal zij zich sterk en stralend, vurig en geïnspireerd verheffen en haar vermogens opnieuw aanwenden. Echter niet meer met die vrijheid om ze voor het goede of het kwade te gebruiken, maar door ze uitsluitend te wijden aan de vervulling van de goddelijke wetten, wat de beste godsdienst is die jullie aan mijn Geest kunnen brengen. (257, 65 66)

De noodzakelijke gehoorzaamheid aan de impulsen van het geweten

37. Hoe ver van de werkelijkheid bevinden zich momenteel miljoenen wezens die alleen voor hun materiële aanwezigheid leven! Hoe zouden zij hun ogen voor de werkelijkheid kunnen openen? Alleen door te luisteren naar de stem van het geweten — die stem die concentratie, bezinning en gebed vereist om gehoord te worden. (169, 16)

38. Telkens wanneer jullie willen weten of de weg die jullie volgen die van opwaartse ontwikkeling is, moeten jullie het geweten raadplegen, en als er vrede in heerst en in jullie hart naastenliefde en goede wil jegens jullie medemensen thuis is, zullen jullie er zeker van zijn dat jullie licht nog steeds schijnt en dat jullie woord troost en geneest.

39. Maar mocht u ontdekken dat hebzucht, kwaadwilligheid, materialisme en vleselijke lusten wortel hebben geschoten in uw hart, dan kunt u er zeker van zijn dat uw licht tot duisternis, tot bedrog is geworden. Wilt u dat u — wanneer de Vader u terugroept — in plaats van gouden tarwe een onreine oogst laat zien? (73, 45)

40. Leerlingen: als jullie geen dwalingen of fouten willen begaan, toets dan jullie daden in het licht van jullie geweten, en als er iets is dat het vertroebelt, onderzoek jezelf dan grondig, en jullie zullen de smet ontdekken, zodat jullie die kunnen corrigeren.

41. Er is een spiegel in jullie waarin jullie jezelf kunnen aanschouwen en kunnen zien of jullie rein zijn of niet.

42. De spiritualist moet worden herkend aan zijn daden, die, om zuiver te zijn, door het geweten moeten worden ingegeven. Wie zo handelt, zal voelen dat hij zich terecht Mijn discipel noemt.

43. Wie zou Mij kunnen misleiden? Niemand. Ik beoordeel jullie niet naar wat jullie doen, maar naar de intentie waarmee jullie het doen. Ik ben in jullie geweten en daarbuiten. Hoe kunnen jullie geloven dat Ik jullie daden en de drijfveer ervan niet zou kunnen kennen? (180, 11-13)

De strijd tussen vrije wil en geweten

44. Toen de eerste mensen de aarde bewoonden, legde de Schepper Zijn liefde in hen en gaf Hij hun een ziel, ontstak Zijn licht in hun geest, waarbij hun tegelijkertijd de vrije wil werd gegeven.

45. Maar terwijl de enen zich inspanden om standvastig in het goede te blijven, door alle verleidingen te bestrijden met de bedoeling rein te blijven, de Heer waardig en in overeenstemming met hun geweten, smeedden de anderen van zonde tot zonde en van de ene overtreding naar de andere, schakel voor schakel, een keten van zonden, alleen geleid door de stem van de zintuigen, beheerst door hun hartstochten, en zaaiden dwaling en verleiding onder hun medemensen.

46. Maar naast deze verwarde zielen zijn ook mijn profeten gekomen als engelenboodschappers van mijn goddelijkheid, om de mensheid te wekken, haar te waarschuwen voor de gevaren en haar mijn komst aan te kondigen. (250, 38-39)

47. Het 'vlees' was te koppig en weerbarstig om de aanwijzingen te volgen van dat innerlijke licht dat men het geweten noemt, en het viel hem veel gemakkelijker om de impulsen te volgen die hem tot de losbandigheid van zijn instincten en zijn hartstochten verleidden.

48. Lange tijd heeft de mensheid in een zware strijd tussen het geweten, dat nooit heeft gezwegen, en het 'vlees', dat van het materialisme zijn cultus en zijn wet wil maken, de levensweg op deze aarde bewandeld, zonder dat tot op heden noch de materie, noch de geest heeft gezegevierd, aangezien de strijd voortduurt.

49. Jullie vragen Mij wie er zal zegevieren? En Ik zeg jullie dat het niet lang meer duurt tot de absolute overwinning van het geweten, die door middel van de ziel in het 'vlees' tot stand wordt gebracht.

50. Voelen jullie niet aan dat na zoveel strijd en zo lang worstelen het lichaam, dat menselijk en vergankelijk is, zich moet onderwerpen aan de Geest, die Mijn eeuwige Licht is?

51. Begrijp dat de mens na zo'n lang conflict uiteindelijk die gevoeligheid en toegeeflijkheid zal bereiken die hij nooit eerder heeft gehad ten opzichte van die stem en dat geestelijke leven dat in zijn wezen trilt en leeft.

52. Jullie bewegen je allemaal naar dit punt toe, zonder dat jullie het merken. Maar wanneer jullie op een dag op aarde de overwinning van het goede en de gerechtigheid zullen aanschouwen, zullen jullie de reden voor de strijd, de gevechten en de beproevingen begrijpen. (317, 21-26)

53. Zie hoe de mens boven alles staat wat hem omringt; dat hij het enige wezen is dat begiftigd is met vrije wil en geweten. Uit deze vrije wil zijn alle dwalingen, valpartijen en zonden van de mensen voortgekomen. Maar het zijn vergankelijke overtredingen tegenover de gerechtigheid en de eeuwigheid van de Schepper. Want daarna zal het geweten de overhand krijgen op de zwakheden van het lichaam en de verleidbaarheid van de ziel. Daarmee zal de overwinning van het Licht komen, dat kennis is boven de duisternis, die onwetendheid betekent. Het zal de overwinning zijn van het Goede, dat liefde, gerechtigheid en harmonie is, op het Kwaad, dat egoïsme, losbandigheid en onrechtvaardigheid is. (295, 49)

54. Voor Mij is niets onmogelijk, Mijn wil is in vervulling gegaan en zal dit altijd blijven doen, ook al lijkt het af en toe alsof de wil van de mens heerst en niet de Mijne.

55. De weg van de vrije wil van de mens, zijn heerschappij op aarde, de overwinningen van zijn hoogmoed, de dwang die hij soms oplegt door zijn gebruik van geweld, zijn zo vluchtig in vergelijking met de eeuwigheid, dat zij weliswaar in zekere zin de goddelijke plannen kunnen wijzigen; maar morgen of in de loop van hun uitvoering zal de wil van mijn Geest zich steeds meer over alle wezens openbaren, door het goede te laten bestaan en het onzuivere te verwijderen. (280, 9-10)

56. De tijd zal komen waarin de grenzen van deze wereld door de liefde worden opgeheven en waarin de werelden door de vergeestelijking dichter bij elkaar komen.

57. Tot die tijd zal de strijd tussen het geweten en de vrije wil voortduren, die de mens zal gebruiken en benutten om van zijn leven te maken wat hem bevalt.

58. De strijd tussen deze twee krachten zal zijn hoogtepunt bereiken, en de overwinning zal uitgaan naar de kant van de geest, die in een absolute liefdesovergave aan zijn Vader tot Hem zal zeggen: "Heer, ik doe afstand van mijn vrije wil, volbreng in mij alleen Uw wil."

59. Ik zal degene die zo voor Mij verschijnt zegenen en hem in Mijn licht hullen; maar Ik zal hem laten weten dat Ik hem nooit meer die gezegende vrijheid zal ontnemen waarmee hij begiftigd is. Want wie de wil van zijn Vader doet, wie trouw en gehoorzaam is, is het vertrouwen van zijn Heer waardig. (213, 61-64)

Verscherping van het geweten door het nieuwe Woord van God

60. Mijn leer, vol licht en liefde, versterkt de geest, zodat deze zijn macht over het 'vlees' kan uitoefenen en het zo gevoelig kan maken dat de ingevingen van het geweten voor dit vlees steeds gemakkelijker waarneembaar worden.

61. Spiritualiteit is het doel waarnaar de mens moet streven, omdat hij daardoor in staat zal zijn volledig één te worden met zijn geweten en uiteindelijk het goede van het kwade te onderscheiden.

62. Want door het gebrek aan zielsverheffing bij de mensen kon die diepzinnige en wijze, onwankelbare en rechtvaardige innerlijke stem niet voldoende worden gehoord en geïnterpreteerd, en daarom heeft de mens geen onbeperkt inzicht verkregen dat hem werkelijk in staat stelt het goede van het kwade te onderscheiden.

63. Maar niet alleen dit, hij moet in zichzelf de nodige kracht vinden om elke goede impuls te volgen en elke lichtvolle ingeving te gehoorzamen, en tegelijkertijd elke verleiding, elke oneerlijke of slechte gedachte of gevoelsimpuls af te wijzen. (329, 56-57)

64. Hoe gemakkelijk zal het voor de mensen zijn om elkaar te begrijpen, wanneer zij in zichzelf tot rust komen en de stem van hun hogere verstand horen, de stem van die Rechter die zij niet willen horen, omdat zij weten dat Hij hun precies het tegenovergestelde opdraagt van wat zij op dat moment doen.

65. Ik kan jullie bovendien zeggen dat, als jullie niet bereid waren om naar de aanwijzingen van jullie geweten te luisteren, jullie ook niet gehoorzaam en bereidwillig zijn geweest om mijn leer in praktijk te brengen. Jullie erkennen deze in theorie, maar passen deze niet toe in de praktijk. Jullie erkennen de goddelijke essentie ervan – jullie zeggen dat Christus zeer groot was en dat zijn leer volmaakt is. Maar niemand wil groot zijn zoals de Meester, niemand wil tot Hem komen door Hem werkelijk als voorbeeld te nemen. Maar jullie moeten weten dat Ik niet alleen kwam zodat jullie zouden weten dat Ik groot ben, maar ook zodat jullie dat allemaal zouden zijn. (287, 35-36)

66. Ik zal alle mensen en alle volkeren om mijn nieuwe boodschap verzamelen, zal hen roepen zoals de herder zijn schapen, en zal hun de vrede van een stal verschaffen, waar zij hun toevlucht vinden voor ruw weer en stormen.

67. Jullie zullen nog meemaken hoe velen, hoewel ze schijnbaar geen spoor van geloof of spiritualiteit hebben, in het zuiverste van hun ziel de onsterfelijke principes van het geestelijk leven hebben bewaard — jullie zullen nog inzien hoe velen van hen die voor jullie de indruk wekken alsof ze geen enkele godsverering hebben, in het diepste van hun wezen een onverwoestbaar altaar in zich dragen.

68. Voor dit innerlijke altaar zullen de mensen geestelijk moeten neerknielen om te huilen over hun overtredingen, hun slechte daden en hun beledigingen, in oprecht berouw over hun ongehoorzaamheid. Daar, voor het altaar van het geweten, zal de menselijke hoogmoed instorten, zodat de mensen zich niet langer superieur zullen achten op grond van hun ras. Dan zullen de offers, de genoegdoening en uiteindelijk de vrede komen als de wettige vrucht van liefde en nederigheid, van geloof en goede wil. (321, 9-11)