Over de Ontplooiing van de Krachten van de Ziel
Het mentale en het spirituele Begripsvermogen
DE_BW - 3 september 2026 - Anna Maria Hosta

BWL 10 – O. 292 : 15
11. Wanneer het leven van de mensen eens spiritualiteit weerspiegelt — ik zeg u, dan zullen zij zich niet eens hoeven in te spannen om buiten hun wereld te zoeken; want op datzelfde moment zullen zij worden opgezocht door degenen die hogere verblijfplaatsen bewonen.
12. Ik laat deze korte boodschap achter, waarvan de inhoud jullie slechts wil zeggen: "Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt."
13. Voorlopig zullen jullie jezelf vragen blijven stellen en daar zelf antwoord op geven. Het is noodzakelijk dat de krachten van de ziel bij iedereen bekend zijn en zich ontplooien, om te kunnen herkennen en begrijpen wat God voor jullie heeft bestemd. Ik zie nog te veel onhandigheid om het goede te doen, om te bidden, om jullie Vader te vereren, omdat jullie jullie ziel niet laten spreken of werken en haar belemmeren in haar ontplooiing.
14. Jullie hebben ware schatten in jullie, vermogens en talenten waarvan jullie je niet eens bewust zijn, en als gevolg van jullie onwetendheid vergieten jullie tranen als behoeftigen. Wat weten jullie van de kracht van het gebed en de kracht van de gedachten? Wat weten jullie van de diepe betekenis van de dialoog van geest tot geest? Niets, jullie materialistische en aardsgezinde mensheid!
15. Verhef eerst de ziel door haar gaven te ontplooien, en streef daarna pas naar de kennis van wat buiten jullie wereld en jullie verstand bestaat.
16. Het menselijk verstand is klein, het is beperkt. Waarom vertrouwen jullie het toe wat alleen de geestziel kan ontdekken en bevatten?
17. Ach, jullie dwaze kinderen van deze aarde, die Mij niet als Meester wilden hebben, noch in Mij geloofden, hoewel velen van jullie zeggen dat ze van Mij houden! Nu zullen jullie eindelijk de waarheid van Mijn Woord begrijpen, wanneer jullie belijden dat Ik de Weg, de Waarheid en het Leven ben.
18. Discipelen, het leven trekt als een les van oneindige wijsheid aan jullie voorbij; jullie ziel verrijkt zich met kennis, en daardoor bereiken jullie een hogere verheffing.
19. Wees rechters over jullie eigen daden, want de stem van het geweten zal jullie altijd de waarheid vertellen. Zij zal jullie duidelijk maken of jullie te langzaam vooruitgaan, of jullie te snel gaan, of dat jullie stil blijven staan.
20. Wie ernaar streeft zichzelf te leren kennen en te beoordelen, moet eerlijk zijn tegenover zichzelf en de anderen. Bij al zijn handelingen zal hij de "stem" van zijn geweten horen, en zijn stappen op de levensweg zullen zeker zijn.
21. Wanneer de geestelijke ziel het lichaam begint te overwinnen, ervaart zij een zeer grote voldoening en een volledig vertrouwen in zichzelf.
22. Maar de Meester zegt jullie dat — hoeveel inzicht jullie ook mogen hebben in de grotere of kleinere waarde van jullie werken — alleen de Vader, die de hoogste Rechter is, bij dit definitieve oordeel de beslissing kan nemen.

